Wat de zorg kan leren van… BlaBlaCar
Deze blog is geschreven door Joris Arts.
Een collega wees me een tijd geleden al eens op BlaBlaCar. Zij vond het een van de meest innovatieve bedrijven die ze kende. Iets met het slim benutten van lege plekken in auto’s. Ik schreef het ergens op maar het verdween onbewust van mijn radar… Tot ik deze week op de A4 een bus inhaalde met heel groot BlaBlaCar erop. Ik herinnerde me het bedrijf direct en ben er gelijk ingedoken.
Het verhaal van het bedrijf begint bijna als een kerstverhaal. In 2003 wil de Fransman Frédéric Mazzella met kerst naar zijn familie. Hij heeft geen auto en de treinen zitten vol. Uiteindelijk belt hij zijn zus die een flink stuk moet omrijden om hem op te halen. Onderweg valt hem echter iets op. Om hem heen rijden honderden auto’s, bijna allemaal met alleen een bestuurder erin. Terwijl hij zelf geen vervoer kon vinden, waren er dus overal lege stoelen die precies dezelfde kant op gingen!
Wat als we nu zorgen dat zoveel mogelijk van die lege stoelen gevuld worden? Dat idee werd BlaBlaCar. Inmiddels gebruiken jaarlijks tientallen miljoenen mensen het platform en werden alleen al in 2024 meer dan 70 miljoen lege autostoelen gevuld. BlaBlaCar is allang niet meer alleen van het meerijden met anderen. Het bedrijf biedt inmiddels dus ook busreizen aan en heeft daarmee een compleet netwerk van gedeeld vervoer opgebouwd.
Hoe het werkt is simpel. Als je bijvoorbeeld van Amsterdam naar Parijs rijdt, kun je je rit aanbieden en aangeven hoeveel plekken je over hebt. BlaBlaCar stelt op basis van onder andere de afstand een bijdrage in de kosten voor. Iemand die dezelfde kant op moet, vindt jouw rit, boekt een stoel en betaalt daarvoor. Het is dus geen gratis lift. De bestuurder krijgt een bijdrage in zijn kosten en BlaBlaCar kan voor het gebruik van het platform servicekosten rekenen. Je benzinekosten worden lager, de ander kan relatief goedkoop naar Parijs en een stoel die anders leeg bleef levert ineens iets op.
Wat mij vooral fascineert, is dat het vinden van die lege stoel maar de helft van het probleem is. Want je kunt mij wel vertellen dat er morgen iemand naar Parijs rijdt met drie lege stoelen, maar dat betekent nog niet dat ik bij een wildvreemde instap. BlaBlaCar moest er dus voor zorgen dat zo’n lege stoel ook aantrekkelijk en vertrouwd werd. Je ziet wie er rijdt, wat anderen van die persoon vonden en allerlei informatie over degene bij wie je instapt. En je kunt zelfs aangeven hoeveel je onderweg graag praat: Bla, BlaBla of BlaBlaBla. Daar komt de naam dus vandaan.
Dat zette me aan het denken over de zorg. We hebben het voortdurend over schaarste en gebrek aan capaciteit. Maar hoeveel capaciteit is er eigenlijk al die we niet gebruiken? En vooral: hoe maken we het zo gemakkelijk en aantrekkelijk dat mensen die capaciteit ook daadwerkelijk willen gebruiken?
Ik zou bij het maken van een afspraak bijvoorbeeld met liefde een paar vinkjes zetten:
☑ Bel mij als er last minute een plek vrijkomt.
☑ Ik kan binnen twee uur aanwezig zijn.
☑ Een andere locatie binnen 30 kilometer is ook prima.
☑ ’s Avonds kan ik ook.
☑ Voor een MRI wil ik best midden in de nacht komen.
☑ Een andere bevoegde behandelaar is ook goed.
Bel mij om vier uur dat er om half zes iemand is uitgevallen en als ik kan, kom ik. Graag zelfs. Ik ben eerder geholpen en een plek die anders leeg bleef, wordt alsnog gebruikt. Dat is ook gunstig voor de zorgorganisatie, want een no-show betekent geen inkomsten.
Natuurlijk hoor ik de ja-maren al. Een MRI kan niet zomaar de hele nacht draaien. Een OK heeft personeel nodig. Niet iedere patiënt kan binnen twee uur komen. En niet iedere behandelaar is zomaar inwisselbaar. Maar dat hoeft ook helemaal niet!
Als van honderd wachtende patiënten er tien zijn die wél om 22.30 uur willen komen, twintig die best naar een andere locatie rijden en dertig die graag gebeld worden als er morgen iemand uitvalt, heb je ineens mogelijkheden die er daarvoor niet waren.
Laten we daarom eens wat minder vaak voor patiënten bedenken wat ze waarschijnlijk niet willen. Gewoon vragen. En daar dan ook wat mee doen natuurlijk!
Ik weet in ieder geval wat ik de volgende keer bij het maken van een afspraak graag wil zien: een paar extra vinkjes. Wie weet hoeveel lege plekken we daarmee kunnen vullen.