Verdiepende leergang over de geestelijke gezondheidszorg
Symptomen kunnen worden toegeschreven aan een geestelijke aandoening, terwijl er iets anders speelt. Andersom wordt psychische problematiek in de somatische zorg soms te laat herkend. Deze leergang doorbreekt de grens tussen psyche en somatiek. Je leert klinisch redeneren over beide domeinen heen, met het verhaal van de zorgvrager als vertrekpunt.
Delen van deze unieke leergang om de kloof tussen de psychische en somatische zorg te verkleinen, zodat de kwaliteit van zorg wordt verbeterd.
Wat we niet begrijpen, ontwijken we liever. Onbegrepen gedrag zegt vooral iets over ons, niet over degene die het laat zien. Zodra we iemands verhaal kennen, wordt het gedrag ineens begrijpelijk. In die gedachte zit de kern van deze leergang. Er is geen gebrek aan kennis over ziektebeelden of protocollen. We zijn in de zorg iets kwijtgeraakt dat zich niet in een classificatie laat vangen: het vermogen om de mens achter het gedrag te blijven zien, juist als dat gedrag schuurt of ons ongemakkelijk maakt.
Een classificatie helpt om klachten te benoemen, kennis toe te passen en zorg te organiseren. Maar een classificatie is nog geen volledige diagnose en bepaalt niet vanzelf wat iemand nodig heeft. Wie de context niet meer ziet, behandelt de persoon voor iets wat eigenlijk in de omgeving zit of bij het levensverhaal hoort.
De vraag blijft steeds: welke zorg past bij wie, op welk moment, en is die zorg proportioneel en aanvaardbaar? Of veroorzaken wij als hulpverleners, en soms als samenleving, zelf het probleem? Dat vraagt om zorgvuldig klinisch redeneren, gedeelde besluitvorming en professionals die psyche en lichaam als een geheel leren zien.
Toch krijgt de geestelijke gezondheidszorg in de opleidingen voor zorg en welzijn weinig ruimte. Die opleidingen richten zich vooral op somatische zorg, en de meeste studenten werken in het ziekenhuis, het verpleeghuis of de thuiszorg. Ggz wordt versnipperd aangeboden als keuzeonderdeel of differentiatie en is geen vast deel van de basis. Ggz-organisaties vangen dat nu zelf op met verplichte e-learnings en interne scholing. Het gevolg is dat professionals afwijkend gedrag liever ontwijken, omdat ze niet goed weten hoe ze ermee om moeten gaan.
Dat heeft gevolgen in twee richtingen. Lichamelijke klachten van mensen met een psychische aandoening worden te snel aan de psyche toegeschreven. Hoofdpijn, buikpijn of benauwdheid worden gezien als onderdeel van het psychisch beeld en de werkelijke oorzaak wordt gemist. Dit heet diagnostic overshadowing en draagt aantoonbaar bij aan slechtere gezondheid en vroegere sterfte. Mensen met een ernstige psychische aandoening leven gemiddeld tien tot twintig jaar korter dan de rest van de bevolking, en ongeveer twee derde van dat verschil komt door lichamelijke aandoeningen.
Andersom gebeurt hetzelfde. Mensen die na een poging tot zelfdoding of na zelfbeschadiging op de spoedeisende hulp komen, krijgen soms te maken met rollende ogen, met verzuchtingen dat die er alweer is, en in het ergste geval met wonden die zonder verdoving worden gehecht. Wat eronder zit, wordt niet op tijd gezien en passende hulp blijft uit. Terwijl psyche en lichaam juist daar sterk verweven zijn: bij ruim vier op de tien acuut psychiatrische beoordelingen op de SEH speelt tegelijk een somatische zorgvraag.
De geestelijke gezondheidszorg is van ons allemaal. Bijna de helft van de volwassenen in Nederland (48 procent) krijgt ooit in het leven met psychische klachten te maken, en in elk jaar ongeveer een op de vier. Toch krijgt deze zorg in de opleidingen structureel te weinig plek.
Daarom is deze leergang ontwikkeld. Hij slaat een brug tussen somatiek en geestelijke gezondheid, tussen de zorgvrager en zijn naasten, en tussen hulpverleners onderling. Er is bewust ruimte voor het narratief, de levensloop, de relationele context, spanningsregulatie, comorbiditeit, acute zorg, innovatie en leiderschap, en het opbouwen van een sterke therapeutische relatie.
Uniek is dat er elke lesdag twee ervaringsdeskundigen van MIND als deelnemer meedoen. Zij zijn kritische vriend en een eigen kennisbron naast de professionele en wetenschappelijke kennis. Deelnemers ervaren zo direct wat taal, houding en blinde vlekken doen, en worden steeds uitgedaagd. De leergang begint niet bij theorie die daarna naar de praktijk vertaald moet worden, maar bij het volledige verhaal van de zorgvrager. Van daaruit ontvouwt zich het klinisch redeneren.
Veel organisaties hebben hun eigen scholing of incompany-opleiding. Deze leergang doet het bewust anders. Deelnemers komen uit verschillende werkvelden en leren hoe het elders werkt, en wat er allemaal aan voorafgaat voordat iemand op de SEH terecht komt. Dat geeft begrip, betere samenwerking en ruimte om van elkaars kennis gebruik te maken. Meer uitwisselen, minder schotten.
Deze leergang is sociale innovatie. Het missiedocument Gezondheid en Zorg noemt die uitdrukkelijk als noodzakelijke aanvulling op technologie, omdat technologie alleen niet voldoende is. Verandering vraagt ook om anders organiseren, anders werken en anders opleiden. Daar zit deze leergang.
VWS noemt de eindgebruiker cruciaal voor innovatie en werkt dat in de Human Capital Agenda uit langs onder meer twee lijnen: innovatie als vast onderdeel van het onderwijs, en interdisciplinair opleiden. Deze leergang doet allebei. Innovatie loopt als rode draad door het programma, en de opzet is sectoroverstijgend, gericht op regionale samenwerking en het delen van kennis. Deelnemers leren kritisch blijven denken en vraagstukken omzetten in onderbouwde verbeteringen, met een inclusieve blik op zorg.
De leergang sluit aan bij Missie II: meer zorg in de eigen omgeving, samen met de mensen om iemand heen. Deelnemers leren nauwer samenwerken met naasten en oefenen dat in de praktijk, met twee ervaringsdeskundigen als vaste spiegel. Wie de mens als geheel ziet, vergroot de tevredenheid over en het vertrouwen in de zorg, en maakt (het vergroten van) zelfmanagement makkelijker.
De leergang sluit ook aan bij Missie III: passende zorg draagt bij aan meedoen in de maatschappij. Daarom is er aandacht voor de sociale omgeving, samenwerking met naasten, leefstijl, en het besef dat een beperking zich niet beperkt tot het gebroken been.
De directe doelgroep bestaat uit BIG-geregistreerde verpleegkundigen en andere professionals in zorg en welzijn die in de directe zorg werken: in het ziekenhuis, de verpleeghuiszorg, de thuiszorg, de gehandicaptenzorg en de ggz, en die zich willen verdiepen in de geestelijke gezondheidszorg. Bewust niet alleen ggz-professionals. Juist professionals buiten de ggz komen dagelijks zorgvragers met psychische kwetsbaarheid tegen, zonder dat ze daarvoor zijn opgeleid.
Ook ggz-professionals horen bij de doelgroep. Zij zetten zich er elke dag voor in, maar ook hun opleiding rust hen hier onvoldoende voor toe.
De uiteindelijke doelgroep zijn de zorgvragers met een psychische kwetsbaarheid die deze professionals tegenkomen: op de SEH, in het verpleeghuis, aan het bed in het ziekenhuis. Zij hebben baat bij professionals die de mens als geheel zien en psyche en lichaam niet langer los van elkaar benaderen. Omdat 48 procent van de volwassenen ooit met een psychische aandoening te maken krijgt, is die groep groot.
Een leergang heeft 12 tot 20 deelnemers. De eerste groep start als pilot zodra er voldoende aanmeldingen zijn. Bij voldoende belangstelling volgen meer groepen.
De leergang levert geen directe besparing op die in euro's uit te drukken is. De bijdrage aan lagere zorgkosten loopt via de kwaliteit van het handelen van professionals, langs vier routes.
Eerder herkennen. Lichamelijke klachten van mensen met een psychische aandoening worden vaak te laat opgemerkt, omdat ze aan de psyche worden toegeschreven (diagnostic overshadowing). Wie de samenhang tussen psyche en lichaam beter herkent, voorkomt duurdere vervolgzorg. Juist deze groep doet vaker en langduriger een beroep op zorg.
Passende zorg. De leergang versterkt het klinisch redeneren en de gedeelde besluitvorming. Dat sluit direct aan bij het kader Passende Zorg en het Integraal Zorgakkoord: de juiste zorg op het juiste moment, niet meer dan nodig. Zo worden onnodige interventies en onnodige escalatie voorkomen.
Crisis voorkomen. Een sterke therapeutische relatie, goede communicatie en een integrale blik helpen om crisis en escalatie naar de duurste zorgvormen te voorkomen. Mensen voelen zich beter gehoord, en dat kan agressie in de zorg verminderen.
Behoud van personeel. De leergang investeert in vakmanschap en werkplezier. Professionals die zich toegerust voelen, blijven langer. In een arbeidsmarkt met hoog verloop is het behoud van ervaren mensen een belangrijke vorm van kostenbeheersing.
De leergang kost 2.750 euro per deelnemer, vrijgesteld van btw dankzij de CRKBO-registratie. Daarin zitten de lesdagen, persoonlijke begeleiding, intervisie, lunch en een terugkomdag na zes maanden. Vanaf zes deelnemers is de leergang kostendekkend voor de uitvoering. Wat daarboven binnenkomt, dekt de ontwikkelkosten en de verdere doorontwikkeling. Daarnaast wordt de leergang op maat en incompany aangeboden aan zorgorganisaties, als tweede inkomstenbron.
Er is veel scholing in de zorg. Ziekenhuizen en ggz-instellingen hebben eigen opleidingen, er zijn grote aanbieders van e-learning zoals GGZ Ecademy, en hogescholen en mbo-opleidingen scholen professionals bij. Daarnaast zijn er kleinere aanbieders die zich op de ggz richten.
Deze leergang onderscheidt zich doordat hij professionals uit verschillende werkvelden bij elkaar brengt. Een kijkje in elkaars keuken geeft wederzijds begrip en bevordert kennisdeling en regionale samenwerking. Bovendien doen er structureel twee ervaringsdeskundigen mee, die een kritische spiegel bieden en vragen stellen die niet uit een boek te leren zijn.
Het doel is niet om andere aanbieders te verdringen. Het liefst ziet Altior deze manier van leren breder navolging krijgen, ook binnen bestaande opleidingen.
De vernieuwing zit niet in de onderwerpen, maar in de manier van opleiden. Vier keuzes doorbreken het gangbare.
1). De leergang begint niet bij theorie die daarna naar de praktijk vertaald moet worden, maar bij het volledige verhaal en de levensloop van de zorgvrager. Van daaruit ontvouwt zich het klinisch redeneren.
2). Ervaringsdeskundigen als vaste deelnemer. Elke lesdag zijn twee ervaringsdeskundigen van MIND volwaardig aanwezig, als kritische vriend en als kennisbron. Geen eenmalige gastles, maar een blijvende spiegel. Die keuze is onderbouwd. Internationaal onderzoek laat zien dat studenten die leren van ervaringsdeskundigen de theorie als echter ervaren, theorie en praktijk beter met elkaar verbinden en leren kijken voorbij iemands diagnose (Happell et al., 2019; Happell et al., 2020). In de meeste opleidingen blijft die inzet beperkt tot een losse gastbijdrage. In deze leergang is het een vast onderdeel van elke lesdag.
3). Sectoroverstijgend leren. Deelnemers uit ziekenhuis, verpleeghuis, thuiszorg, gehandicaptenzorg en ggz leren van elkaars werkveld. Zo doorbreekt het leren dezelfde schotten die de zorg zelf kent.
4). Psyche en lichaam als een geheel. Die samenhang is het organiserende principe van de hele leergang, geen los onderdeel.
Daarbij komen de kleinschaligheid en korte lijnen, de vaste samenwerking met MIND, en de flexibele inzet: de leergang kan in zijn geheel worden gevolgd, maar ook worden aangepast tot introductieprogramma of als start van een leerwerkperiode. Het programma is ontworpen vanuit jarenlange eigen praktijk in de ggz als verpleegkundige, opleider en ontwikkelaar.
Er zijn geen octrooien of merkregistraties van toepassing. Een opleidingsconcept leent zich niet voor octrooi. De naam Altior Opleidingen is als handelsnaam ingeschreven bij de KvK, maar niet als merk geregistreerd. Het lesmateriaal, het onderwijsontwerp en de bijbehorende documenten vallen onder het auteursrecht, dat van rechtswege bij de ontwikkelaar ligt.
Altior Opleidingen is een zelfstandige onderneming in scholing voor zorg en welzijn, met een CRKBO-registratie. De organisatie is bewust licht opgezet. De vaste kern is de eigenaar, die ontwikkelaar, opleider en assessor is. Daaromheen staat een flexibele schil van vaste docenten en ervaringsdeskundigen die op inhuurbasis worden ingezet. De ervaringsdeskundigen komen via de samenwerking met MIND.
Per leergang wordt gewerkt met 12 tot 20 deelnemers, twee ervaringsdeskundigen per lesdag en minimaal twee docenten per dag. De eigenaar is elke lesdag aanwezig. Zo blijven de lijnen kort en het maatwerk groot, terwijl de flexibele schil meebeweegt met het aantal groepen.
De groei is niet gericht op een groot opleidingsinstituut met veel personeel in dienst, maar op opschaling via incompany-trajecten bij zorginstellingen en samenwerking met partners in het veld. Meer groepen en meer docenten uit de flexibele schil, in plaats van een zwaardere vaste organisatie. Zo behoudt de leergang zijn kleinschalige, praktijknabije karakter. Regionale samenwerking en kennisdeling zijn daarbij doel en middel tegelijk.
De pilot start in januari 2027 bij MIND in Amersfoort, met minimaal zes deelnemers. Alles staat klaar: de elf lesdagen zijn ontwikkeld en uitgewerkt, de docenten zijn vastgelegd en de locatie en ervaringsdeskundigen zijn via MIND geregeld. De pilot loopt de hele leergang door, tot december 2027.
Na elke lesdag evalueren deelnemers, docenten en ervaringsdeskundigen samen wat werkte en wat beter kan. Die inzichten worden direct verwerkt in de volgende lesdagen. Na afloop van de pilot volgt een eindevaluatie, op basis waarvan het programma wordt bijgesteld voordat de volgende groepen starten.
De leergang is gebouwd op eigen onderzoek binnen de master Innovatie in Zorg en Welzijn aan de Hogeschool Utrecht (2024), uitgevoerd in opdracht van een ggz instelling. Het onderzoek combineerde systematisch literatuuronderzoek (33 artikelen) met veldonderzoek onder 57 respondenten: studenten verpleegkunde, docenten van de hogeschool en een focusgroep van 37 opleiders, adviseurs en werkbegeleiders uit 18 ggz-organisaties door heel Nederland. Dat onderzoek vormt het fundament van de leergang.
In de jaren daarna is met professionals uit verschillende disciplines gesproken en zijn samenwerkingen aangegaan. Daaruit zijn drie vaste partners voortgekomen. MIND levert de ervaringsdeskundigen en de locatie. Phrenos em Stichting HIC/ART verzorgt een les.
De ggz herkent en erkent het probleem: scholing schiet tekort, opleidingen zijn versnipperd en afdelingen staan daardoor onder druk. De inbreng van alle betrokkenen is gebruikt om de leergang verder vorm te geven.
Het masteronderzoek bracht zeven kennisgebieden in beeld die een professional nodig heeft om goed te werken met mensen met psychische kwetsbaarheid: het aangaan van een therapeutische relatie, communicatieve vaardigheden, kennis van psychopathologie, kennis van psychofarmaca, risicotaxatie zoals suïcidepreventie en de-escalerend werken, wet- en regelgeving en ethiek, en zelfbewustzijn.
Studenten, docenten en de focusgroep waren het erover eens dat de ggz op al deze zeven gebieden als samenhangend geheel ontbreekt in de opleiding. Waar een onderwerp wel aan bod komt, zoals communicatie of wet- en regelgeving, mist de koppeling met de praktijk. Docenten noemden de lessen versnipperd, waardoor kennis niet beklijft. Kennis over psychofarmaca en suïcidepreventie werd als grootste gemis genoemd. Ggz-organisaties vangen dat nu zelf op met verplichte e-learnings en interne scholing. Een analyse van het landelijk opleidingsprofiel bevestigde het beeld, geestelijke gezondheidszorg komt niet expliciet terug.
De literatuur liet zien wat wel werkt: leren vanuit realistische situaties, simulatie, klinisch redeneren en reflectie. Die vergroten aantoonbaar kennis, zelfvertrouwen en empathie, en helpen bij de overstap naar de praktijk. Studies naar de inzet van ervaringsdeskundigen in het onderwijs laten zien dat deelnemers theorie daardoor als echter ervaren en beter leren kijken voorbij een diagnose.
Deze bevindingen zijn direct vertaald naar het ontwerp. De zeven kennisgebieden vormen de inhoudelijke basis, het leren start vanuit het verhaal van de zorgvrager, en ervaringsdeskundigen doen elke lesdag mee. De leergang is een doorontwikkeling van de module uit het onderzoek, verbreed van studenten in de ggz naar professionals uit alle werkvelden, omdat het onderzoek liet zien dat de ggz veel verder reikt dan de ggz-instelling zelf.
Resultaten van de pilot zelf zijn er nog niet. Het effect wordt gemeten op tevredenheid en leerervaring van de deelnemers, groei
in kennis en houding via een voor- en nameting en toepassing in de praktijk bij de terugkomintervisie na zes maanden. Ook de ervaringsdeskundigen evalueren mee, zodat het perspectief van de zorgvrager een vaste plek heeft in de beoordeling.
Toepassing zit in het ontwerp. De leergang is geen kennisoverdracht die deelnemers daarna zelf maar moeten toepassen. Elke deelnemer werkt met realistische casuïstiek uit de eigen werkomgeving, en een innovatievoorstel voor de eigen praktijk loopt als rode draad door de hele opleiding. Vanaf de eerste lesdag staat de vraag centraal: wat betekent dit morgen op mijn werk? Het eindresultaat is geen tentamen, maar een concreet verbetervoorstel dat in de eigen organisatie landt, gekoppeld aan een grote casus. Toepassing is dus geen losse stap na de opleiding, maar het doel ervan.
Uit het onderzoek waarop de leergang is gebouwd blijkt dat een innovatie beter landt als er een vaste aanjager is die het draagvlak bewaakt (Demes et al., 2020). Met het eigen verbetervoorstel neemt elke deelnemer die rol in de eigen organisatie op zich.
Zes maanden na afronding volgt een terugkomdag met intervisie. Daar gaat het om wat deelnemers echt in de praktijk hebben gebracht, om regionale samenwerking en om kennisdeling. Op dat moment wordt zichtbaar of geleerd hebben ook anders werken is geworden, en houden deelnemers elkaar scherp. Zo blijft de leergang geen eenmalige impuls. Tijdens de opleiding wordt bewust geïnvesteerd in groepsvorming, zodat er een blijvend netwerk ontstaat. Daarnaast zijn er bijeenkomsten waarvoor naasten, collega's en andere belangstellenden worden uitgenodigd, en ook de terugkomdag staat open voor collega's. Zo reikt de leergang verder dan de deelnemer alleen.
Een professional die anders leert kijken, loopt vast als de omgeving niet meebeweegt. Daarom kan de leergang ook incompany worden aangeboden, of aangepast tot introductieprogramma voor nieuwe medewerkers of als start van een leerwerkperiode. Zo wordt de innovatie onderdeel van het opleidingsbeleid van de organisatie zelf, in plaats van afhankelijk van een enthousiaste medewerker. De sectoroverstijgende opzet zorgt er bovendien voor dat deelnemers een regionaal netwerk opbouwen dat de verandering ook buiten de eigen muren draagt.
Korte lijnen, maatwerk en een aanpasbaar programma maken dat een organisatie geen groot traject hoeft op te tuigen om te beginnen. Er is een vast aanspreekpunt en het programma sluit aan bij wat er in de organisatie al speelt.
De leergang is nog niet in gebruik. De eerste groep start in januari 2027 als pilot bij MIND in Amersfoort. Programma, docenten, locatie en ervaringsdeskundigen zijn rond.
De leergang zelf heeft nog geen prijzen gewonnen. Als ontwikkelaar ben ik genomineerd voor 'beste praktijkopleider van het jaar' in 2023 en eindigde ik bij de beste tien. Die nominatie zegt iets over de manier waarop ik naar opleiden kijk, en die visie vormt de basis van deze leergang.
Na de pilot wordt het programma bijgesteld op basis van de evaluaties van deelnemers, docenten en ervaringsdeskundigen. Daarna wordt de leergang modulair opgebouwd, zodat organisaties en professionals ook losse onderdelen kunnen volgen, bijvoorbeeld rond acute zorg, comorbiditeit of de therapeutische relatie. Dat maakt de leergang bereikbaar voor wie geen volledig traject kan of hoeft te volgen, en sluit aan bij de incompany-varianten die al mogelijk zijn: als introductieprogramma voor nieuwe medewerkers of als start van een leerwerkperiode.
Daarnaast wordt accreditatie aangevraagd bij het Kwaliteitsregister V&VN, zodat deelnemers punten kunnen behalen voor hun herregistratie.
Er zijn nog geen internationale samenwerkingen. De ambitie is om uit te wisselen: de ervaringen met deze leergang delen via publicaties en congressen, en in contact komen met opleiders in andere landen die met dezelfde vraag bezig zijn. Het probleem dat hier wordt aangepakt, versnipperd ggz-onderwijs en een scheiding tussen psyche en lichaam, speelt niet alleen in Nederland.